IJshockey in de woestijn – column

13 maart 2010 - Door Cors van den Brink

In het boek “Smeden tot Goud” vertellen succesvolle olympische coaches over de weg naar succes. Zeilcoach Maurice Paardenkooper zegt dat hij te werk wilde gaan via wat hij het “sjeik-principe” noemt. ‘Stel dat er een rijke oliesjeik langskomt en zegt: geld speelt geen rol, maar ik wil wél een medaille winnen’, vertelt hij. In Qatar komen geen sjeiks langs. Ze wonen er, ze hebben een schier onmetelijk budget beschikbaar én enkelen van hen zijn kennelijk gek op sport.
De Aspire Dome waar deze WK worden gehouden maakt onderdeel uit van een complex waarbij vergeleken Papendal het sportpark van een middelgroot dorp is. Nu heeft Qatar drie jaar geleden de Aziatische Spelen al mogen organiseren, terwijl Nederland pas in 2028 toe hoopt te zijn aan de Olympische Spelen, dus elke vergelijking gaat mank. Maar het decor is indrukwekkend. De indoorbaanhal neemt nog niet de helft in beslag van de geweldige oppervlakte van de Dome. Voor de warming-up kunnen de atleten gebruik maken van een volledig overdekt voetbalveld in hetzelfde gebouw.

Rond de Dome liggen onder meer een groot voetbalstadion en een zwemhal. Bovendien zijn er tal van trainingsfaciliteiten. Overdag lijkt het er uitgestorven, maar vrijdagavond – zeg maar: op de zondag voor de moslims – bleek het goed verlichte terrein één groot sport- en speelveld voor duizenden inwoners van Doha. Top en breedte gaan hier kennelijk heel goed samen.

De onbegrensde mogelijkheden blijken ook in het belendende winkelcentrum Villaggio. Bij de WK indoor in Toronto in 1993 – in de ook imposante Skydome – moesten atleten en supporters eveneens overdekt winkelen. Maar daar was de snijdende kou de oorzaak en hier de brandende zon. Onder een wolkenblauw dak slenter je tussen de shops van alle topmerken die je ook op Fifth Avenue aantreft en langs een grachtje met Venetiaanse gondels. Tot je uiteindelijk stuit op een pleintje met een ijsvloer waar zojuist een ijshockey-wedstrijd is gespeeld. Knipper met je ogen en je weet weer dat buiten de woestijn begint en de temperatuur is opgelopen naar veertig graden.

Peter Verlooy houdt er wel van om te denken zonder zichzelf beperkingen op te leggen. Kijkend naar het indoor-voetbalveld vroeg hij zich deze week af waarom de kuil van Papendal niet overdekt zou kunnen worden. Dan kunnen de atleten twaalf maanden per jaar in de warmte trainen op een 400 meter-baan.

Sport is een strijd met vrijwillig opgelegde beperkingen. Niemand verplicht je om tien hindernissen neer te zetten als je zo snel mogelijk van A naar B wilt. Of om je bewegingen te beperken door een ring op de grond te tekenen als je een kogel of discus wilt wegwerpen. Maar als je dat wel doet, heet het sport. Iedereen mag alles slikken wat beschikbaar is, maar niet als je aan wedstrijden mee wilt doen.

Toegegeven: gelijkheid bestaat niet in de sport. Toen Manchester United tijdens de winterstop wat last had van de kou, was een weekje trainen bij Aspire zó geregeld. Dat is voor IJsselmeervogels niet weggelegd.

Maar er gaat ook wel het een en ander aan trainingsmogelijkheden verloren als alles zomaar kan. Noem het doorzettingsvermogen en dat is in de laatste meters niet de minst belangrijke bijdrage aan het succes.

Geef een reactie