Usain Bolt en de afstand tussen 100 en 400 meter

22 maart 2010 - Door Cors van den Brink

Onmiddellijk nadat hij in Peking de wereldrecords op de 100 en 200 meter had verbeterd, was er al sprake van dat Usain Bolt ook het record op de 400m zou kunnen aanvallen. De Jamaicaan speelde zelf ook met die gedachte, maar besloot vorige week tot uitstel tot na de volgende Spelen. Wat is er nodig voor de kwartmijl? Peter Verlooy: ‘Zorg dat de sterke punten van een sprinter in stand blijven’.

Na de Spelen van 2008 opperde Bolt dat 2010 – een jaar zonder grote toernooien – hem ruimte zou bieden om zichzelf eens serieus te testen op de 400 meter. Niet dat hij nu zo gek is op die afstand, maar hij had het zijn coach Bert Cameron al eens beloofd. Bovendien houdt hij wel van nieuwe uitdagingen. Met zijn tijden van dat jaar op 100 en 200 meter (9,69 en 19,30) dachten atletiekkenners al aan 42,5 op de 400m.

Wereldrecordhouder Michael Johnson vroeg zich aanvankelijk af of Bolt voldoende duurvermogen trainde om zijn formidabele snelheid over de halve en volle baanlengte te kunnen benutten. Cameron stelde echter dat zijn atleet al traint als een ‘quarter miler’, omdat hij zich vooral zag als 200-meterloper en de 100 meter erbij deed om snelheid op te doen.

Opwarmer en test
Bolt gebruikt wedstrijden over 400 meter tot nu toe als opwarmer voor het zomerseizoen en om de vorm te testen na een trainingsperiode. De Jamaicaan liep op 13 februari in Kingston 45,87 en in estafetteverband liep hij twee weken later een splittijd van 43,58. Drie jaar geleden liep hij met 45,28 zijn beste tijd op die afstand.

Na die eerste wedstrijden, kondigde hij aan dat pas ná 2012 een serieuze aanval op het wereldrecord te verwachten is. ‘Die 400m doet pijn!’, verzuchtte hij.

Voorlopig beperkt de 23-jarige sprinter zich tot een wedstrijd over 300m, eind mei in Ostrava. Op die afstand is 30,85 het officieuze wereldrecord, tien jaar geleden gevestigd door Michael Johnson in het Zuid-Afrikaanse Pretoria. Bolt liep de 300m nog nooit in wedstrijdverband – daar is althans niets over bekend. Maar ook op die afstand zijn de prestaties van beide atleten straks dus te vergelijken. Anders dan Bolt heeft Johnson de 100m alleen in het begin van zijn carrière gelopen.

Nederland

Patrick van Balkom en Troy Douglas staan hoog in de top van de Nederlandse allertijden-lijsten op de afstanden 100 – 200 – 300 en 400 meter. Douglas liep in het begin van zijn loopbaan vooral de 400m, de beste prestatie van Van Balkom stamt uit de laatste periode van zijn actieve loopbaan als sprinter.

Peter Verlooy, destijds coach van Van Balkom: ‘Het belangrijkste is dat je de sterke punten van de atleet in stand houdt en daar respect voor hebt. Het gevaar is dat je de trainingen opeens op de kop gaat gooien. Je moet uiteraard per individu kijken wat nodig is. Maar in het algemeen geldt dat je de belasting wat langer maakt: meer 300, 400 en 500 meters loopt in de training. Je moet kijken naar de spiermassa, want die moet je wel 45 seconden of langer meenemen en dan is het lastig als je te zwaar bent. Op de 400 meter zie je wat meer flyers en op de 100 meter de krachtpakketten, om het maar zo uit te drukken. Maar dat kan bijvoorbeeld consequenties hebben voor het halteren.’

‘Van Balkom is de 400 meter gaan lopen na een lange periode met veel blessures, maar we hebben niet de tijd gehad om het heel serieus aan te pakken. Er zat naar mijn mening wel muziek in. Ik zag hem wel in de 45s komen. Maar we hebben onvoldoende tijd gehad om ons er echt op te richten.’

‘Voor Patrick gold dat hij het duurvermogen moest uitbreiden. Maar Juliën Hagen, die gewend was aan zwaar tempowerk, heb ik juist gewerkt aan z’n sprintsnelheid. In beide gevallen gold dat we de sterke punten in stand moesten zien te houden.’ Hagen heeft een p.r. van 45,98 (1999).

Wat Bolt betreft: Verlooy kan zich voorstellen dat de Jamaicaan ook het record op de 400m ooit zal verbeteren. ‘Hij heeft weliswaar een groot pakket, maar hij loopt heel ontspannen.’

Persoonlijk records 100 – 200 – 300 – 400 meter
Usain Bolt: 9,58 (2009) – 19,19 (2009) – n.b. – 45,28 (2007)
Michael Johnson: 10,09 (1994) – 19,32 (1996) – 30,85 (2000) – 43,18 (1999)

Troy Douglas: 10,16 (1999) – 20,19 (2001) – 33,16 (2001) – 45,26 (1996)
Patrick v. Balkom: 10,23 (1998) – 20,36 (1999) – 33,12 (1997) – 46,50 (2002)

(Fotografie: Erik van Leeuwen)