Team Vet: alleen op dinsdag en donderdag

8 december 2010 - Door Cors van den Brink

Ze zijn alleen op dinsdag en donderdag verkrijgbaar en je moet ze delen met velen: de aanwijzingen van Ben Vet, de coach van Team Vet. De oud-werper staat al 23 jaar twee avonden per week te coachen en kreeg een enthousiaste, maar heterogene groep om zich heen. Melissa Boekelman is de laatste en opmerkelijke nieuwkomer. Zijn manier van werken leverde flink wat p.r.’s op. ‘Of het genoeg is om de wereldtop te halen zal moeten blijken’, zegt hij.

Het is een frisse, maar gelukkig windstille avond in het Olympisch stadion van Amsterdam, waar Phanos haar thuishaven heeft. Aan één rondje dribbelen hebben de werpers voldoende om de spieren los te maken. Na nog een reeks sprongoefeningen geeft Ben Vet zijn bestellingen op en halen z’n atleten kogels, discussen en speren van diverse gewichten uit het materialenhok.

Vet kan zich in de tussentijd even bekommeren over de lopers die hij ook onder zijn hoede heeft, van wie Guus Hoogmoed de bekendste is. Snel neemt hij hun schema’s voor die avond door en dan posteert hij zich bij de kogelring, waar de meeste van zijn werpers die avond in actie zullen komen. Met een schuin oog volgt hij de oefeningen met de medicinbal van enkele anderen en aan het eind van de training verplaatst hij zich naar de discusring. Tussendoor krijgen Hoogmoed c.s. een paar aanmoedigingen.

Papendal
Hoe anders is het leven op Papendal, waar de coaches vaak één-op-één of in kleine groepjes en dan nog in dezelfde discipline met hun atleten aan de slag gaan. De 42-jarige Vet beperkt zijn inzet bovendien strikt tot de dinsdag- en donderdagavond. ‘Dat doe ik al 23 jaar zo’, zegt de oud-werper (kogel 19,10, discus 62,40) – en dus ook al voor afgelopen zomer zoon Lars ter wereld kwam.
Tot 2004 was hij zelf actief als wedstrijdatleet, twee jaar eerder won hij nog twee bronzen medailles bij de NK in Sittard. ‘Maar die ambitie is weg, met veteranen-atletiek heb ik niks’, zegt de man die in 1996 niet naar de Spelen van Atlanta mocht, omdat hij de limiet met discus wierp op een niet daarvoor aangewezen wedstrijd. ‘Jammer, want ik had de Spelen graag om mijn c.v. gehad’, zegt hij.

ALO
Vet beperkt zijn trainerschap ook omdat hij fulltime atletiekdocent is aan de ALO in Amsterdam en als topsportcoördinator bovendien 25 studenten begeleidt die opleiding en sportcarrière combineren. ‘Dat heeft er bij mij altijd aan ontbroken, dus dat wil ik voor mijn atleten graag goed doen’, zegt hij.

Zijn baan biedt hem wel mogelijkheden om af en toe een tussenuurtje te besteden aan één van zijn atleten, mits die bereid zijn naar de sporthal van de ALO te komen. Zo krijgt onder meer Melissa Boekelman wekelijks wat extra individuele begeleiding. ‘Ik instrueer de atleten altijd goed voor de krachttraining en stimuleer ik hen om dat zoveel mogelijk samen te doen’, aldus de coach. ‘Bovendien hebben Maarten Persoon en Ivo de Bruin zelf ook een ALO-achtergrond. Ik zorg er wel voor dat ik de touwtjes in handen houd, maar ben er ook van overtuigd dat je door groepsdynamiek op een hoger niveau kan komen. En een beetje eigenwijs worden is helemaal niet erg voor een topsporter.’

Phanos
Team Vet is onderdeel van Phanos, Ben Vet wordt betaald door Phanos, een groot deel van de atleten treedt aan voor die vereniging. Maar hij kreeg de ruimte om ook anderen onder zijn hoede te nemen, die trainingslid zijn van de Amsterdamse vereniging.

Zo maakte Boekelman aan het begin van de zomer de opmerkelijke overstap van Papendal naar Amsterdam en van de Groninger Gert Damkat naar de Waterlander Ben Vet en de met Amsterdamse humor doordrenkte sfeer van zijn groep. De Brabantse lijkt goed te gedijen bij de gezelligheid.

Makkelijk is zo’n beslissing niet, weet Vet. Maar de verhoudingen zijn goed gebleven, zegt hij. Persoon gaat komend voorjaar met Damkat en Erik Cadée mee naar de VS om er te trainen en wedstrijden te doen. En zelf heeft hij de uitnodiging gekregen om mee te gaan naar het trainingskamp van de topselectie in Zuid-Afrika.

Respect
Is er een methode-Vet?‘
Voorwaarde voor het werken in een groep is het wederzijds respect’, zegt Vet. ‘Je moet open zijn en eerlijk uitspreken wat je niet bevalt. Teleurstelling of ergernis over je eigen prestaties richt je niet op de coach of je mede-atleten. Als iemand bij ons team wil komen, maak ik daar altijd tevoren goede afspraken over.’

‘Mijn ambitie is om het maximale uit atleten te halen, zoals ik dat zelf ook altijd heb gedaan. Ik ontleen mijn plezier nu aan hun progressie. Hard werken is hier nooit een probleem, ik moet de meesten vooral afremmen, al krijgt een enkeling wel eens een schop onder zijn kont.’

‘Ik schrijf de programma’s meestal voor drie weken en hecht aan een gedegen periodisering: de eerste week 100 procent, de tweede 80 en de derde 40 tot 50 procent. De omvang is stevig, dat heb ik zelf ook zo gedaan. Wat wellicht weinig andere coaches doen is dat ik mijn atleten eenzijdig laat trainen: als je woensdag bij de krachttraining de linkerkant hebt gedaan, doe je donderdag rechts. Bij Maarten blijkt dat heel goed te werken. Ik ben benieuwd hoe Melissa, die van drie of vier naar zeven krachttrainingen per week is gegaan, daar op zal reageren.’

Verschillen
De mogelijkheden en de niveaus verschillen nogal binnen de trainingsgroep. Patrick Groot was dan afgelopen zomer wel ranglijstaanvoerder met de kogel, maar is net als zijn partner Elise Kneteman een dertiger en beiden hebben een fulltime baan. Patrick Cronie en Lisanne Schol hopen komende zomer de stap naar de EK-onder-23 te maken. Maarten Persoon en Boekelman zijn fulltime met hun sport bezig en hebben de Spelen van Londen als doelstelling.

Hoe hoger het niveau, hoe meer er getraind moet worden. Boekelman zit momenteel op twaalf trainingen per week. ‘Mijn beschikbaarheid is wel een punt’, zegt Vet. ‘Of ze op deze manier 19-plus gaat stoten en wereldtop wordt? En of Maarten gaat doorstoten? Het is een uitdaging voor atleten en coach. Maar mijn baan en mijn gezin zijn me ook waardevol en er zijn nog meer fijne dingen in het leven. Ik heb het hier bij Phanos erg naar mijn zin. Ik vind het onderwijs geweldig. Alleen als er een heel goede sponsor voor ons team zou komen, kan ik me misschien een dagje extra vrij maken. Maar ik weet eigenlijk niet of meer begeleiding wel zoveel beter zou zijn.’

Progressie Team Vet van 2009 naar 2010
Patrick Cronie (1989): kogel 17,49 naar 17,92; discus 50,53 naar 52,50.
Patrick Groot (1980): kogel 18,21 naar 18,41; discus 52,04
Maarten Persoon (1987): kogel 18,20 naar 18,24; discus 57,53 naar 61,16.
Fabiënne Aardenburg (1983): discus 47,35
Melissa Boekelman (1989): kogel 17,37 (17,74 indoor) naar 18,17, discus 49,90
Elise Kneteman (1980): kogel 14,46 naar 15,04
Lisanne Schol (1991): speer 51,43 naar 53,07
Ivo de Bruin zat ten tijde van deze reportage in de bobslee.