Tussenstand eind 2010: zeven startbewijzen voor Londen, geen medailles

foto: Erik van Leeuwen

De prestaties van de Nederlandse atleten in 2010 zouden – op basis van de limieten – in 2012 goed zijn voor zeven startbewijzen bij de Spelen van Londen. Maar geen van de deelnemers zou met die prestatie in Peking een medaille hebben gewonnen.
Dat blijkt uit een terug- en vooruitblik op basis van de kille cijfers van 2010 – met daarin verwerkt een overzicht van kandidaten die zich mogelijk kunnen opwerken tot Olympisch niveau.

Voor de Nederlandse atletiek begint op Nieuwjaarsdag de tocht naar het podium bij de Olympische Spelen van Londen in 2012. In het komende jaar – met de EK indoor in Parijs en de WK in Zuid-Korea – kunnen de gegadigden zich nomineren voor een startbewijs; de selectie vindt overigens pas in 2012 plaats.

Als de prestaties van 2010 bepalend zouden zijn, kreeg de Atletiekunie zeven startbewijzen van NOC*NSF. Maar een bijdrage aan de top-tien klassering van Nederland in het medailleklassement was dan niet te verwachten. Natuurlijk staat de sport bol van onverwachte teleurstellingen en verrassingen. Maar het pure rekenwerk leidt tot de volgende tussenstand. (De links in het artikel verwijzen naar eerdere artikelen over de genoemde atleten in dit digitaal magazine).

foto: Erik van Leeuwen

100 en 200 meter
Churandy Martina is de enige serieuze kandidaat voor de 100 en 200 meter. Hij liep dit jaar 10,03 en 20,08, waar 10,11 en 20,38 de limieten zijn op dit onderdeel. De andere Antilliaanse sprinters, die vanaf nu voor Nederland moeten uitkomen, zijn daar nog niet in de buurt gekomen. Brian Mariano was met 10,23 en 20,81 van hen de beste. Patrick van Luijk heeft een slecht jaar achter de rug, maar blijft ook met zijn eerdere p.r.’s (10,25 in 2008, 20,52 in 2009) redelijk ver verwijderd van de eis.

Voor een finaleplaats in Peking was 10,03 of 20,25 nodig; voor een medaille 9,91 of 19,98. Martina liep in zijn carrière tot nu toe eenmaal onder de twintig seconden, in de Olympische finale van Peking, maar werd gediskwalificeerd omdat hij buiten de baan kwam.

Estafette 4 x 100m
Met een tijd van 38,82 staat een team van de Nederlandse Antillen dit jaar elfde op de geschoonde wereldranglijst (waarbij alleen landenteams meetellen). Dat team bestond uit Prince Kwidama, Brian Mariano, Curtis Kock en Churandy Martina.
De beste prestatie van het team dat in 2010 nog louter uit Nederlanders bestond was 39,06 en zou goed zijn voor een veertiende plaats. Voor Londen krijgen de beste twaalf landenteams een uitnodiging.

Bij de vrouwen leverde het juniorenteam bij de WJK met een tijd van 44,09 de beste prestatie van 2010; die is goed voor een 19-de plaats op de geschoonde lijst. Het twaalfde land op die lijst liep dit jaar 43,63.

In Peking was 39,13/43,47 voldoende voor een finaleplaats en 38,15/43,04 voor een medaille.

110m horden
Marcel van der Westen was dit jaar met 13,56 de beste Nederlander, Gregory Sedoc liep 13,63 als beste tijd. Beiden waren met 13,35 (Van der Westen in 2008) en 13,37 (Sedoc in 2007) al wel veel sneller. Dat is ook nodig voor een startbewijs in Londen, waarvoor 13,43 wordt geëist.
Dat was exact de beste tijd die Sedoc in Peking liep, Van der Westen liep daar 13,45, beiden in de tweede ronde. Na 2008 hadden beiden mindere jaren, al liep Sedoc in 2009 wel 13,40.

De 13,43 was in Peking voldoende voor een finaleplaats. Voor een medaille was 13,18 nodig.

foto: Erik van Leeuwen

800 meter
Bram Som was dit jaar in Oslo met 1.45,21 al iets sneller dan de limiet (1.45,21). Zoals bekend was hij ten tijde van de EK ziek. De twee andere Barcelona-gangers Arnoud Okken en Robert Lathouwers bleven daar met 1.46,24 en 1.46,68 nog boven. Maar laatstgenoemde liep in 2008 al wel eens 1.44,75, Okken voldeed nog nooit aan de toekomstige limiet.

Voor een finaleplaats in Peking was 1.45,54 nodig, voor een medaille 1.44,82.

Yvonne Hak bleef dit jaar tweemaal onder de limiet voor Londen (1.59,87). Dat deed ze in Madrid (1.59,2 handgeklokt) en bij haar p.r. in Barcelona (1.58,85). In 2008 liep ze ook al eens onder de twee minuten.

In Peking was 1.58,28 nodig voor een finale plaats en 1.56,73 voor een medaille.

1500 / 5000 meter
Susan Kuijken liep dit jaar 4.06,29, waar de eis voor Londen 4.04,80 is. In 2009 kwam ze daar met 4.05,86 al iets dichter in de buurt. Adrienne Herzog liep in 2009 4.06,07, maar kwam daar dit jaar niet in de buurt. Ook op de 5000m is zij overigens nog verwijderd van de limiet (p.r. dit jaar: 15.34,37, eis: 15.05,26).

In Peking liep de traagste tijdsnelste die naar de finale ging 4.05,61 en liepen alle atleten op het podium onder de 4.02.

10.000m / marathon

foto: Erik van Leuwen

Met haar p.r. van 30.51,92 uit 2009 zou Hilda Kibet ruim binnen de limiet voor de 10.000m (31.22,14) blijven. In Barcelona liep ze dit jaar 31.36,90. Ze heeft haar zinnen echter gezet op de marathon en verbeterde haar p.r. in oktober in Frankfurt tot 2.26.23, waar de limiet 2.27.24 is.
In haar laatste marathon bleef Lornah Kiplagat ook ruim binnen die limiet (ze deed dat overigens al vijf keer eerder), maar die 2.24.46 van de marathon van Londen dateert wel van april 2007.
Nederland was met een mannenteam vierde bij de EK in Barcelona. Van deze lopers kwam Koen Raymaekers als enige in de buurt van de limiet van 2.10 met zijn p.r. van 2.11.09 in Rotterdam dit jaar.

In Peking liep de medaillewinnaressen allen binnen de 2.27.07, de winnaars binnen de 2.10.00.

Hoogspringen

Eenmaal in zijn carrière kwam Martijn Nuijens hoger dan de limiet (2,28) voor Londen: in het Noorse Bergen sprong hij in 2009 2,29. Bij de daarop volgende WK in Berlijn en later in Eberstadt kwam hij tot 2,27. Dit jaar bleef hij steken op 2,22 en het is niet duidelijk hoe hij zijn carrière wil voortzetten.

In Peking was 2.25 nodig om de finale te halen en 2,34 voor een medaille.

Polshoogspringen
Robbert-Jan Janssen sprong dit jaar tweemaal over de 5,60 en voor Londen is 10cm mee nodig.

In Peking was 5,65 voldoende voor een finaleplaats en met 5,70 kon je al een medaille winnen. In Barcelona sprong het podium overigens minstens 5,75.

foto: Erik van Leeuwen

Kogelstoten / Discuswerpen
Met zijn p.r. van 66,20 uit het vroege voorjaar kwam Erik Cadée ruim voorbij de limiet van 63,66 voor dit onderdeel. Ook in de zomer kwam hij regelmatig verder dan de Olympische eis, al mislukte zijn EK. Maarten Persoon zit daar met 60,90 nog ver vandaan. Rutger Smith kwam dit jaar, net als in 2009, noch met de kogel, noch met de discus aan wedstrijden toe.

In Peking was 62,48 voldoende voor een finaleplaats en had de nummer-3 op het podium 67,69 geworpen.

Melissa Boekelman verbeterde zich tussen 2009 en 2010 – gemeten over indoor en outdoorprestaties – met 43 centimeter tot het huidige p.r. van 18,17, maar er is een soortgelijke sprong nodig om tot de limiet van 18,55 te komen.
Monique Jansen kwam met haar discus-p.r. van 60,29 al dichter bij de Olympische eis van 62,00 meter.

In Peking was 18,45/60,28 nodig om de finale te bereiken en 19,86/62,59 voor een plek op het podium.

Speerwerpen
Lars Timmerman (79,59) en Bjorn Blommerde (78,22) hebben nog wat meters nodig om aan de eis van 81,80m te voldoen, maar boekten de laatste jaren wel veel vooruitgang. Timmerman wierp in 2009 nog 72,58, Blommerde 73,44.

In Peking was 79,85 nodig voor een finaleplaats en 86,16 voor een medaille.

Enigszins vergelijkbaar met de positie van Monique Jansen is die van Bregje Crolla (59,27) en Evelien Dekkers (58,99). Voor beiden is dit een p.r. van dit jaar. Voor Londen is 61 meter de eis.

In Peking was 60,13 nodig voor een finale plaats en 66,13 voor een medaille.

Meerkamp

foto: Erik van Leeuwen

Met zijn p.r. van 8436 kwam Eelco Sintnicolaas in Barcelona ruim voorbij de limiet van 8220 punten. In Götzis (8159) en Talence (8018) bleef hij daaronder. Ingmar Vos kwam in 2009 in Berlijn tot 8009, maar passeerde die 8000-puntengrens dit jaar niet.
Zijn p.r. zou Sintnicolaas in Peking een vierde plaats hebben opgeleverd. De medaillewinnaars scoorden daar allen meer dan 8500 punten.

Van de actieve zevenkampsters heeft alleen Jolanda Keizer al eens op het niveau van de eis voor Londen gepresteerd. In Peking kwam ze tot 6370 punten waar nu 6280 de limiet is. Sindsdien heeft ze geen meerkamp kunnen afronden.

Haar prestatie in 2008 was goed voor een negende plaats, de medaillewinnaressen daar scoorden minstens 6591 punten.