‘Ik denk dat ik met drie trainingen per dag nog verder zou komen’

foto: Barbara Kerkhof

‘Je zou nu ook kunnen stoppen’.
Trainer Gert Damkat heeft het tegen zijn atlete Monique Jansen. De training op de atletiekbaan van Papendal is al ruim een uur aan de gang.
‘Hoezo, moet je weg?’, zegt Monique en begint aan een nieuwe ronde worpen.
‘Dat bedoel ik dus’, zegt Gert, ‘ze wil altijd doorgaan.’
Atletiek Week opent de serie “De sporter en de Spelen” met een interview met discuswerpster Monique Jansen.

Het typeert Monique, de 32-jarige discuswerpster die zich al in april van dit jaar al voor de WK wist te kwalificeren en een nominatie heeft voor de Olympische Spelen. ‘Met het discuswerpen zelf is het niet zo’n probleem dat ze altijd maar door wil gaan, maar tijdens een krachttraining wel. Dan liggen de blessures op de loer. Er is altijd die drang naar meer, ook pijn is geen grens’, zegt Gert.
Hij omschrijft Monique als een ‘onstuitbare dwangmatige fanaticus. Ze is extreem gedreven. Eigenlijk hoef ik alleen maar te remmen. Ik moet soms via de fysiotherapeut achterhalen hoe erg het is.  Monique houdt haar mond; bang dat ze minder mag trainen’.

Atletiek Week laat in de komende vijftien maanden enkele sporters aan het woord over hun weg naar de Olympische Spelen. Wat betekent ‘Londen 2012’ voor hen. Hoe bereiden ze zich fysiek en mentaal voor? En hoe kijken ze straks terug op het evenement en op hun prestaties. De serie start met dit interview met Monique Jansen. Volgende week komt Eelco Sintnicolaas aan het woord. “De sporter en de Spelen” is een productie van Mariëtte Zeedijk (tekst) en Barbara Kerkhof (fotografie).

De beslissing om bij Gert Damkat op Papendal te gaan trainen, nam Jansen in 2006, omdat ze al enkele jaren nauwelijks progressie maakte. Het bleek een goede zet te zijn.  Vanaf dat moment laten haar prestaties een stijgende lijn zien, met het persoonlijk record van 62,22 meter dat ze eerder dit jaar bij wedstrijden in de VS wierp.

De samenwerking is goed, zeggen beiden. En dat is te zien tijdens de training. Er wordt gelachen, gediscussieerd. De sfeer is ontspannen. Bijna elke worp wordt kort becommentarieerd door beiden. “Teveel naar voren gekeken”, “eerder dicht houden” en “sneller”  zijn termen die regelmatig voorbij komen.
‘Gert heeft zichzelf geleerd om erg goed te kijken en heeft ook alle tijd voor me, omdat hij de hele week op Papendal werkt’.

Is er verschil in het trainen van een mannelijke of een vrouwelijke discuswerpster? ‘Het schijnt dat vrouwen lastiger zijn om mee te werken’ zegt Monique. ‘En verder moeten ze meer werpen dan mannen om beter te worden, dat is onderzocht’.

Wat maakt Monique nu zo’n goede discuswerpster? ‘Toen ze voor het eerst bij mij kwam trainen in 2006 had ze al een gruwelijk harde afworp, recht naar voren,  zegt Gert. ‘Maar aan alles vóór de afworp moest hard gewerkt worden. Ook het ritme was slecht, veel te langzaam’.

foto: Barbara Kerkhof

Na een succesvol voorseizoen bereidt Jansen zich nu voor op de WK in het Zuid-Koreaanse Daegu en ook de Olympische Spelen komen langzaam dichterbij. ‘Ik heb eind juni voor het laatste les gegeven en zal mij het komende jaar helemaal toeleggen op het discuswerpen’ geeft Monique aan. Ze is docente scheikunde en had een baan van dertig uur. ‘Ik blijf nog wel verbonden als mentrix aan de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven.  Maar dat werk vraagt maar een beperkt aantal uren per maand. Tot vorige week  werkte ik zes uur op een dag en had ik echt cafeïne nodig voordat ik aan de training kon beginnen.  Het kan niet anders dan dat ik beter ga presteren nu ik in plaats van negen, elf keer ga trainen en frisser van start ga.’
‘Ik denk dat ik met drie trainingen per dag nog verder zou komen. Dat doen ze in Duitsland bijvoorbeeld ook. Maar Gert gelooft daar niet zo in.’

foto: Barbara Kerkhof

Gert: ‘we hebben nu inderdaad meer tijd en dat vertaalt zich in het splitsen van de training. Er zal nu in de ochtend en in de middag getraind worden.  Ook is er meer tijd om deskundigen in te schakelen, zoals een voedingsdeskundige en een fysiotherapeut. Die laatste ziet Monique nu veel te weinig’.

En hoe zit het met de mentale begeleiding?
‘Ik denk dat ik genoeg mentale kracht heb. Het scheelt natuurlijk ook dat ik me al gekwalificeerd heb’.
Toch is ze onlangs op advies van Gert voor het eerst bij een sportpsycholoog geweest. ‘We hebben twee uur over regen gepraat’, zegt Monique; ‘over het leren nemen van risico in zo’n geval’.

Was het  nodig?
‘Ik heb wat moeite met regen, maar ik denk dat ik het zelf kan en ik geloof er ook niet zo in. Maar ik ben pas één keer geweest en kan er pas echt wat over zeggen als ik drie of vier keer ben geweest’.
En dan gekscherend: ‘Straks denkt die psycholoog dat het door hem komt als ik goed presteer, terwijl het misschien maar voor één procentje helpt’!

Alsof ze het bewijs moest leveren stond ze afgelopen zaterdag in de stromende regen in het Belgische Heusden in een glibberige ring de discus weg te werpen, waarbij ze met een afstand van ruim 56 meter nog verbazend dicht bij haar p.r. bleef.

foto: Barbara Kerkhof

Hoe bereidt Monique zich mentaal voor op een wedstrijd?
‘Als ik de volgende dag een  wedstrijd heb,  dan visualiseer ik de worpen tot in detail wanneer ik in bed lig. Ik herhaal dit vlak voor de wedstrijd. Ik weet precies hoe een worp van 62 meter eruit moet zien en welk ritme een dergelijke worp moet hebben’.
Ze slaapt goed voor een wedstrijd, maar zegt ook dat dit wel eens lastig is als ze twee dagen achter elkaar moet werpen.  ‘Dan heb ik de eerste dag zoveel adrenaline in mijn bloed dat ik ’s avonds moeilijk inslaap. Verder luister ik veel naar Nederlandstalige muziek. Het is leuk als ik met Melissa Boekelman een kamer deel; zij houdt ook van die muziek. Dan zetten we Nick en Simon lekker hard. Erg hè’?