Van Berlijn naar Daegu: progressie en stilstand in de Nederlandse atletiek

foto: Erik van Leeuwen

Welke rol speelt de Nederlandse atletiek op mondiaal niveau, twee jaar na de laatste wereldkampioenschappen. Wie zijn er over van Berlijn? Wie gaan er naar Daegu? Wie boekt progressie, wie staat stil en wie dreigen er te verdwijnen. Atletiek Week maakt de stand van zaken op, ruim een week vóór het eind van de kwalificatieperiode.

Sprintafstanden
Bij de WK van 2009 kwam het estafetteteam op de 4 x 100m tot de 11-de tijd van alle deelnemende landen. Caimin Douglas en Maarten Heisen zijn uit dat team verdwenen. Guus Hoogmoed (dit jaar 10,76) en Virgil Spier (10,78) spelen geen rol van betekenis meer, zeker nu de Antilliaanse sprinters voor Nederland uit kunnen komen.
Patrick van Luijk (26) kwam in Berlijn niet verder dan de series. Hij liep dat seizoen 10,38 (in 2008 10,25) en 20,52. Dit jaar kwam hij tot 10,29 en 20,62 en verbeterde zich dus niet.

Churandy Martina (27) is met zijn p.r.’s van 9,93 (2008) en 20,08 (2010) verreweg de beste Nederlandse sprinter van dit moment, ook al kwam hij dit seizoen nog niet in de buurt van dit tijden (10,10/20,38).
Dan de nieuwe leden van het estafetteteam: Brian Mariano (26) vestigde vorig jaar in El Paso p.r.’s (10,23/20,81) waar hij dit seizoen nog niet in de buurt komt (10,47 – geen 200m). Giovanni Codrington (23) liep deze zomer, net als in 2009,10,45 en verbeterde zich dus niet op de 100m. Op de 200m was hij in Eindhoven met 21,34 wel sneller dan tevoren. Jerrel Feller (24) heeft zich sinds 2006 (10,52/21,08) niet of nauwelijks verbeterd en liep dit jaar 10,57 en een p.r. van 21,04. Hordeloper Mike van Kruchten (24) moet zich noodgedwongen beperken tot de vlakke sprint, maar was met zijn 10,45 sneller dan ooit.

foto: Erik van Leeuwen

Gregory Sedoc (29) liep in Berlijn op de 110m horden de 12-de tijd en kwam dat seizoen tot 13,40. Hij kwam dit jaar met 13,39 heel dicht in de buurt van zijn p.r. uit 2007 (13,37), maar is tot volgend jaar geschorst. Sedoc handhaaft zich dus al jaren op hetzelfde niveau.

Marcel van der Westen (35) was niet bij de WK en wist de afgelopen jaren niet in de buurt van zijn p.r. uit 2008 (13,35) te komen. Dit jaar heeft hij 13,72 als beste prestatie.

Bij de vrouwen domineert Dafne Schippers (19) met haar beide jeugdrecords (11,39 en 22,90) en de grote progressie (vorig jaar 11,56 en 23,70) de beide sprintafstanden.
Van de jonge atletes in het estafetteteam ontwikkelde ook Jamile Samuel (19) zich in 2010 (23,21) en 2011 (11,43) sterk. Dat geldt zeker ook voor Kadene Vassell (22) die met 11,67 en 23,61 haar p.r.’s stevig aanscherpte. Anouk Hagen (21) was op de 100m vorig jaar al snel (11,71, nu 11,70) en verbeterde zich vooral op de 200m (van 23,80 naar 23,39).

Midden- en lange afstand
Bij de WK Berlijn finishte Bram Som als 7-de op de 800m. Hij liep dat seizoen in Rieti 1.43,59. Drie jaar eerder liep hij zijn Nederlands record (1.43,45). Ook in 2001 kwam hij al eens onder de 1,44. Maar nu – enkele uren voor zijn belangrijke  kwalificatiepoging in Londen –staat zijn beste seizoenstijd op 1.46,51.

foto: Erik van Leeuwen

Susan Kuijken en Adrienne Herzog kwamen in Berlijn niet door de eerste ronde van de 1500m. Kuijken (25) liep dat jaar in Uden haar p.r. 4.05,86, was er ook vorig jaar snel (4.06,29), maar kwam er vervolgens ook bij de EK in Barcelona niet aan te pas. Ze liep deze zomer tot nu toe alleen een wegwedstrijd in Utrecht.
Herzog (25) liep net als Kuijken in 2009 haar p.r. (4.06,07), kwam vorig jaar tot 4.14,37 en ontbreekt deze zomer tot nu toe ook op de baan. Van beide atletes staat de ontwikkeling stil.

Dan de atleten die niet in Berlijn waren. Yvonne Hak (25) meldde zich vorig seizoen op het Europese niveau met haar zilveren medaille bij de EK en een p.r. van 1.58,85. De progressie zet zich dit jaar, met 2.00,30 als snelste seizoentijd, niet door.
Robert Lathouwers (28) heeft in de afgelopen jaren zijn p.r. van 1.44,75 uit 2008 niet kunnen benaderen: al drie jaar blijft hij boven de 1.46. Dat zal in 2011 niet meer veranderen, want hij heeft zijn seizoen inmiddels beëindigd. Voor Arnoud Okken (29) duurt de stilstand al langer. Hij liep tien jaar geleden zijn p.r. (1.45,64) en kwam alleen in 2007 nog een keer onder de 1.46.

Marathon

foto: Erik van Leeuwen

Na 2005 zijn er geen Nederlanders meer van start gegaan bij een WK en dat zal dit jaar niet anders zijn. Wel heeft Hilda Kibet (30) in de afgelopen twee jaar zes minuten van haar p.r. afgehaald en is ze met haar 2.24,27 (Rotterdam 2011) genomineerd voor de Spelen.
Lornah Kiplagat (37) liep in 2007 voor het laatst een snelle marathon (2.24,46 in Londen) en kwam dit jaar in dezelfde stad tot 2.27,57.

De mannen op de marathon liepen vorig jaar bij de EK in ploegverband: Koen Raymaekers (2.11,09), Ronald Schröer (2.16,27), Rens Dekkers (2.17,10), Patrick Stitzinger (2.17,28) en Hugo van den Broek (2.22,06). De genoemde tijden stammen overigens uit Rotterdam en Amsterdam (behalve die van Van den Broek). Pas in het najaar zal blijken of, en zo ja wie er progressie kunnen boeken. Raymaekers slaagde daar dit voorjaar in Rotterdam niet in en bij de Dutch Battle in Utrecht werd ook niet snel gelopen.

Springen
Bij de WK in Berlijn was Martijn Nuijens met een vijfde plaats de beste Nederlandse prestatie. Hij kwam dat jaar tot 2,29, maar bleef een jaar later steken op 2,22 en dit seizoen heeft de 27-jarige atleet niets gedaan. Op geen van de andere spring-onderdelen zijn er momenteel Nederlandse atleten die op internationaal niveau presteren.

foto: Erik van Leeuwen

Werpen
Bij de WK in Berlijn kwam Erik Cadée niet door de kwalificatie en hij was de enige Nederlandse werper daar. Twee jaar later hebben drie Nederlanders zich geplaatst voor de WK.
Cadée (27) boekte progressie: van 61,75 in 2008 naar 65,61 in 2009 en 66,95 in 2011. Hij is bovendien constanter gaan werpen. Vooruitgang is er ook bij Monique Jansen, die in 2009 met 58,97 kwalificatie voor Berlijn nét miste en nu als 32-jarige haar p.r. op 62,22 bracht. Rutger Smith (30) keert terug aan het front: voor het eerst sinds 2007 (p.r. van 67,63) en 2008 (66,85) kon hij deze zomer weer werpen (65,60). Het kogelstoten (19,95 indoor) is nog niet op niveau (p.r. 21,62 uit 2006).

De EK-gangers en selectieleden Melissa Boekelman (17,97 met kogel) en Bregje Crolla (54,20 met speer) hebben dit seizoen geen stappen richting het mondiaal niveau kunnen maken.

Meerkamp
Van de Nederlandse meerkampers in Berlijn behoorden Eelco Sintnicolaas en Yvonne Wisse tot de uitvallers. Eugène Martineau (31) werd er 18-de en heeft sindsdien geen tienkamp meer gedaan. Datzelfde geldt voor Yvonne van Langen – Wisse (29).

foto: Erik van Leeuwen

Ingmar Vos (25) was 20-ste in Berlijn met 8009 punten en verbeterde zich dit seizoen in Götzis tot 8105 punten. Sintnicolaas (24) boekte de meeste progressie: van 8112 in 2009 (goud EK-onder-23) naar 8436 (zilver bij EK) naar 8304 dit seizoen in Götzis.

Nieuwe atletes op WK-niveau zijn Remona Fransen en Dafne Schippers, van wie de laatste in Daegu alleen op de sprintnummers aantreedt. Schippers is ook hier de atlete die de meeste progressie boekt: van 5507 in 2009 naar 5967 en goud bij de WJK in 2010 naar 6173 dit seizoen in Götzis (plus goud bij de EJK met 6153 punten.
Fransen (25) kwam van 5797 in 2009 naar 5993 in 2010 en 6198 in 2011. Jolanda Keizer (26) deed voor het eerst sinds 2008 (p.r. 6370 in Peking) weer twee meerkampen, met 5804 als beste resultaat en is dus nog niet op haar niveau.

Samenvattend
Progressie van enige betekenis in de Nederlandse atletiek is te vinden bij:
- de jonge sprintsters van de estafetteploeg;
- Kibet op de marathon;
- de werpers Cadée en Jansen;
- de meerkampers Sintnicolaas, Vos, Schippers en Fransen.

Waar brengen de prestaties van de Daegu-gangers hen? Een blik op de geschoonde ranglijsten (maximaal drie atleten per land) op dit moment:
Martina: 19-de op de 100m, 14-de op de 200m
Cadée: 10-de
Smith: 23-ste
Sintnicolaas: 8-ste
Vos: 22-ste
Estafetteploeg mannen: 17-de

Schippers: 18-de op de 200m
Hak: 25-ste
Jansen: 18-de
Fransen: 14-de
Estafetteploeg vrouwen: 17-de

NEDERLANDSE FINALISTEN BIJ DE WK’S VAN DEZE EEUW

Berlijn 2009: Martijn Nuijens 5-de op hoog, Bram Som 7-de op de 800m.

Osaka 2007: brons voor Smith op discus, 4-de op kogel.

Helsinki 2005: goud voor Rens Blom, zilver voor Smith op kogel. Simon Vroemen 5-de op de steeple, Karin Ruckstuhl 8-ste op meerkamp, Lieja Tunks-Koeman 11-de op kogel.

Parijs 2003: Mannen 4 x 100: brons, Lornah Kiplagat 4-de op 10.000m, Gert-Jan Liefers 7-de op 1500m, Vroemen 7-de op steeple, Kamiel Maase 8-ste op 10.000m, Tunks-Koeman 10-de op kogel, Chiel Warners 11-de op meerkamp.

Edmonton 2001: Christian Tamminga 6-de op polshoog, Liefers 9-de op 1500m, Maase 10-de op 10.000m, Tunks-Koeman 12-de op kogel.