De finalist van de vrijdag: Mitchell Watt

1 september 2011 - Door Cors van den Brink

foto: Erik van Leeuwen

Dit is het verhaal van de atleet die ging rugbyen, maar op zijn schreden terugkeerde. Die jurist wilde worden en opnieuw terugkeerde in de sport. Verspringer Mitchell Watt won twee bronzen medailles bij WK’s en vindt het nu tijd voor goud. Aan Atletiek Week vertelde de aanvoerder van de wereldranglijst (met 8,54) waarom hij het als veertienjarige wel gehad had met de atletiek en liever een teamsport ging beoefenen.Teamsport
‘Als je veertien jaar bent is rugby toch veel leuker dan atletiek?’, zegt de nu 23-jarige Mitchell Watt een beetje provocerend in de ontvangstruimte van zijn sponsor Adidas, vlakbij Stadion Daegu. ‘Al mijn vrienden zaten op rugby. Het is een teamsport. Dat spreekt je als jongere op die leeftijd veel meer aan dan een individuele sport.’
‘Bovendien realiseerde ik me toen al dat het veel makkelijker is om je dagelijks brood te verdienen in het rugby dan in de atletiek. Je hebt er uitgebreide programma’s voor jonge talenten. Datzelfde zal bij jullie in Nederland gelden voor voetbal. En ik wilde in ieder geval graag een carrière in de sport.’

Watt probeerde dat in Australian Football en in rugby. In die laatste sport speelde hij in Queensland op het hoogste niveau, op het Brisbane Boys College en in het team van de staat. ‘Maar twee jeugdvrienden – verspringer Chris Noffke en hinkstapspringer Kane Brigg –  hebben me in 2007 weer teruggebracht in de atletiek en in contact gebracht met coach Gary Bourne. En na een paar maanden training sprong ik bijna acht meter, bijna voldoende om naar Peking te mogen gaan’, zei hij eerder in een interview met de IAAF-website.

foto: Erik van Leeuwen

Amper geïnteresseerd
Wonderlijk genoeg was hij nog altijd amper geïnteresseerd in atletiek. Van de Spelen in China zag hij, voor zover hij het zich nog kan herinneren, alleen de finale van de 100 meter. Hij wilde een bestaan als jurist gaan opbouwen in Australië. Maar Bourne weet hem over te halen voor de tweede keer terug te komen naar de atletiekbaan, nu na een onderbreking van twee maanden, door wat sponsoring en andere voorzieningen te creëren, maar vooral door hem te overtuigen van zijn talent.
‘Een jaar later won ik die bronzen medaille bij de WK in Berlijn (gevolgd door brons bij de WK indoor in Doha in maart 2010, waarna hij door een blessure het zomerseizoen aan zich voorbij moest laten gaan – red.). Nu wordt het tijd voor goud. Maar ik denk dat ik daarvoor wel de beste sprong van dit jaar nodig zal hebben’, zegt Watt.

Stockholm
Zijn beste sprong – een record voor Oceanië – tot nu toe presenteerde hij eind juli in Stockholm, onder wat volgens Watt zelf ideale omstandigheden waren (een rugwind van +1,7). ‘Daarna heb ik wat gas teruggenomen. Mijn coach vindt het belangrijk dat ik plezier blijf houden in mijn sport’, aldus Watt, die niet denkt dat hij veel voordeel ontleent aan zijn jaren in het rugby. ‘De snelheid en kracht heb ik wel, maar technisch gezien valt er nog wel wat te verbeteren.’

Wel heeft hij een team om zich heen met enkele andere atleten en begeleiders en daarmee heeft hij een sfeer gecreëerd die hij eerder in de atletiek miste. ‘Bovendien reis ik tegenwoordig drie maanden per jaar door Europa en de rest van de wereld en verdien ik mijn geld, dat is ook een mooie motivatie.’

Na een mislukte eerste sprong in de kwalificatie donderdagmorgen kwam hij in de tweede ronde tot 8,15, wat precies de eis was om door te gaan naar de finale. Alleen Dwight Phillips was met 8,32 beter. Maar op de wereldranglijst heeft de Australiër de vier beste prestaties van dit jaar staan, alle tussen 8,44 en 8,54 en hij won tien van zijn twaalf wedstrijden, waarvan acht met een afstand van meer dan 8,20. ‘Daarom zou ik nu teleurgesteld zijn als het weer brons zou zijn’.

ATLETENPROFIEL

Mitchell Watt
Geb: 25-03-1988
Lengte/gew: 1,84 / 83

Prestatieontwikkeling
2008: 7,97
2009: 8,43
2010: 8,16 (8,05 indoor)
2011: 8,54

p.r. 100m: 10,31 (2011)