
foto: Erik van Leeuwen
Maandag begint zijn vakantie, maar Bram Som blijft lekker doortrainen als hij met vrouw en zoon straks een paar weken in Spanje zit. Zonder Olympische nominatie, want hij bleef in Brussel bij de Van Damme Memorial steken op 1.45,81 – en een laatste plaats. ‘Toch was die een van mijn beste races van het seizoen en ga ik niet ontevreden naar huis’, zei hij.
Het is lang geleden dat Som een seizoen had waarin hij niet sneller was dan de 1.45,69 die hij kort vóór de WK in Londen liep. Dat was in 2002, toen hij 22 jaar was. De Olympische limiet voor de Spelen van volgend jaar (1.45,25) was in de jaren van de Spelen van Sydney (2000) en Athene (2004) geen probleem – al was het in 2000 wel verrassend dat hij zich plaatste.

Foto: Erik van Leeuwen
De limiet mocht ook in dit pre-Olympisch jaar geen probleem moeten zijn, maar werd het wel. ‘Een beetje jammer, want je komt bij Atletiekunie, NOC*NSF en je sponsors makkelijker binnen als je genomineerd bent. Nu moet ik maar zien dat ik de begroting rond krijg voor de plannen die ik voor het komende trainingsjaar heb’, zo realiseerde hij zich. ‘Maar ik heb nog een contract met Defensie tot na de Spelen, dus over de basis hoef ik me geen zorgen te maken.’
Benen
Vorige week in Rieti heeft hij David Rudisha gehaast tot 500 meter. De tussentijd op 400m was 48,30. De opdracht was 48,5 tot 49,2. ‘Gaaf om te doen, niet de makkelijkste taak en ook niet de allerbeste benen vandaag’, zo twitterde hij.
In Brussel leken de benen hem ook in de steek te laten, nadat hij tot 600 meter goed in hert spoor wist te blijven van winnaar David Rudisha (1.43,96, met een tussentijd van 49,21). ‘Daarna verkrampte ik een beetje, maar ik sta hier heel anders dan vorig jaar, toen ik ergens in de 1.48 finishte. Ik ben ook niet uitgeput aan het eind van het seizoen en daarom heb ik in overleg met mijn coach, de inspanningsfysioloog en sportarts Peter Vergouwen besloten om door te trainen, uiteraard met wel wat rust. Maar ik ben blessurevrij, voel me goed en ik wil in oktober niet van nul af beginnen.’

foto: Erik van Leeuwen
‘Alles goed gedaan behalve het trainen’
‘We hebben dit jaar alles goed gedaan, behalve de training’, zegt hij wat lachend. Som bedoelt dat de begeleiding die hij zich wenst optimaal is, inclusief de advisering over zijn voeding en de fysiotherapie. ‘Maar door de kuitklachten in de winter en het voorjaar en door een bijholte-ontstekling ben ik achter de feiten aan blijven rennen. Ik had na de wedstrijd in Hengelo eerst moeten herstellen en meer moeten gaan trainen. Met de wedstrijden over 1500 meter eind juli en begin augustus heb ik de tekorten niet voldoende weg kunnen werken.’
Voorbereiding Londen
Bij de voorbereiding voor de Spelen zal hij, zoals de plannen nu liggen, nog meer vanuit de langere afstanden gaan werken. ‘We denken aan een trainingsstage in Kenia in januari, met in de wintermaanden wat crosswedstrijden en misschien een 3000m indoor. In het voorjaar wil ik opnieuw op hoogte en dan sluit ik deelname aan de EK in Helsinki op de 1500m niet uit. Daarna ga ik me pas helemaal richten op de 800 meter. Ik realiseer me wel dat ik ook nog een keer die limiet zal moeten lopen. Maar als ik volgend jaar niet makkelijk een 1.45,25 loop, hoef ik natuurlijk ook niet naar de Spelen. Dan heb ik daar niets te zoeken.’
ATLETENPROFIEL
Bram Som
Geb: 20-02-80
Lengte/gewicht: 1,80 / 65
Wedstrijden in 2011
29-05 – Hengelo – 800m: 1.46,67
11-06 – New York – 800m: 1.47,34
26-07 – Gendringen – 800m: 1.50,1
30-06 – Lausanne – 800m: 1.47,70
09-07 – Madrid – 800m: 1.46,51
22-07 – Barcelona – 800m: 1.46,88
31-07 – Amsterdam – 1500m: 3.48,73
05-08 – Londen – 800m; 1.45,69
13-08 – Kessel-Lo – 1500m: 3.42,75 (p.r.)
27-08 – Daegu – 800m: 1.46,79
28-08 – Daegu – 800m: 1.46,69
Prestatie-ontwikkeling 800 meter
1997 – 1.49,55
1998 – 1.47,99
1999 – 1.46,58
2000 – 1.44,01
2001 – 1.43,98
2002 – 1.45,86
2003 – 1.44,12
2004 – 1.44,37
2005 – x
2006 – 1.43,45 (N.R.)
2007 – 1.45,61
2008 – 1.45,55
2009 – 1.43,59
2010 – 1.44,58
2011 – 1.45,69
MEER NIEUWS UIT BRUSSEL
Usain Bolt sluit het seizoen af als snelste man op de 100m, na zijn overwinning in 9,76 (+1,3). Hij lost Asafa Powell af, die 9,78 had staan. Maar op de 200m is hij die positie kwijtgeraakt aan Yohan Blake, die won in 19,26 (+0,7), waar Bolt ranglijstaanvoerder was met 19,40, de tijd waarmee hij in Daegu wereldkampioen werd.
Beide Jamaicanen ontliepen elkaar dus bij deze wedstrijd. Maar dat gold niet voor vrijwel alle andere onderdelen, waar de bijna complete erepodia van de WK aantraden voor een “revanche”.
Kenenisa Bekele is terug aan de top van de 10.000m. Hij won dit onderdeel in een BWP van 26.43,16, nadat hij in Daegu nog uit moest stappen. Halverwege kwam de kopgroep door in 13.26,63. De Amerikaan Galen Rupp werd derde in een Amerikaans record van 26.48,00. Hij nam dat over van Chris Solinsky, die vorig jaar 26.59,60 liep.
Opmerkelijk was een B-serie over 400m die in tegengestelde richting werd gelopen, met als winnaar Stef Verhaeren in 47,28. Zijn p.r. is 46,91, dus veel verschil maakte het niet, maar een eindsprint in de bocht is wel bijzonder.
Jarenlang was de Van Damme Memorial al lang vóór de dag van de wedstrijd stijf uitverkocht. Dit keer waren er grote lege plekken op de tribune.


