Nationaal Baancircuit moet buikriem aantrekken

30 maart 2012 - Door Wilmar Kortleever

De grotere Nederlandse baanwedstrijden staan onder grote druk. Uden en Nijmegen zijn onlangs afgehaakt. In Lisse, Hoorn, Leiden, Hilversum, noch Eindhoven is het tot nu toe gelukt het gewenste budget binnen te halen. Dat betekent: minder startgeld voor de Nederlanders en minder geïnviteerde buitenlanders. Vijf weken voor de start van het Nationaal Baancircuit is er één troost: de overgebleven organisatoren beginnen vol goede moed aan 2012.

Veel atleten die zich nu in zuidelijke of overzeese buitenlanden voorbereiden op hun seizoen, keren binnenkort terug in een veranderd atletieklandschap. Dat hun plannen flink kan beïnvloeden. In zowel binnen- als buitenland (denk Duitsland) valt de afgelopen weken de ene na de andere wedstrijd om. De meest recente slachtoffers op eigen bodem zijn het Nijmeegse Global  Athletics en de MONDO Keien Meeting in Uden (tot dusver de rijkste wedstrijd in het Baancircuit). Na het ontslag van directeur Bijl kwam deze week ook naar buiten dat zelfs het anker van de Nederlandse atletiek, de FBK-Games, nog met een groot tekort kampt.

Geen nieuwe trend
Een rondgang onder de organisatoren van het Nationaal Baancircuit wijst uit dat dit geen nieuwe trend is en evenmin onverwacht. Wel heeft de economische malaise de ontwikkeling flink versneld. De Ter Specke Bokaal in Lisse verloor enkele jaren geleden bijvoorbeeld de hoofdsponsor. Ze heeft nog geen vervanging kunnen vinden, meldt Vincent van Blitterswijk. ‘Rond de 15.000 euro is ons budget, vergelijkbaar met de meeste andere Circuitwedstrijden’, weet de voorzitter van het organisatiecomité. ‘Daar kun je een wedstrijd mee draaien die leuk is voor de meeste atleten. Maar het is wel de bodem. En twee jaar achteruitgang is niet onze ambitie.’ 

Jamile Samuel en Erik Cadee, atleten van het Baancircuit 2011

Circuitgelden
Met SPAR als hoofdsponsor kende het Nationaal Baancircuit recent nog wel een aantal hele goede jaren. Nadat de supermarktketen vorig jaar afhaakte, paste de Atletiekunie ter overbrugging het geld nog een jaar bij. Maar ook op Papendal zijn de reserves eindig. In het Baancircuit werd daarom dit jaar de bijdrage aan de organisaties verlaagd.
Daar staat tegenover dat in overleg een verplichte kostenpost werd verlaagd. De  lijst topatleten die een startbonus uitbetaald moesten krijgen is ingeperkt an 42 naar 17).
Voor de atleten die het betreft is het vervelend. Voor de organisaties is hiermee grosso modo het verlies aan inkomsten geneutraliseerd, blijkt uit de analyse van Willem Heins (organisator van de Hoornse Flynth recordwedstrijden). Hetzelfde geldt voor een aantal andere nieuwe afspraken met de bond rondom startnummers en officials. Vanwege een contract van de Atletiekunie – die ook in de ondersteuning nog veel bijdraagt – krijgen de organisaties nog steeds met flinke korting eersteklas wedstrijdregistratie (van Timetronics).

Hilversum en Hoorn: Hoofdsponsors
Niettemin zijn alle organisatoren nog hard op zoek naar nieuwe geldschieters. Voor penningmeester Arjen van Harn kwam er in Hilversum bovendien flink druk op de ketel, want na het schrappen van de Keien Meeting werd de Klaverblad Arena Games plotseling twee maanden naar voren gehaald.
‘Dat was nog een hele afweging’, aldus Van Harn, die ook verantwoordelijk is voor het atletenveld. ‘Maar de Atletiekunie wilde rond 8 juli natuurlijk wel graag een goede wedstrijd.’
Die datum is namelijk de allerlaatste kwalificatiedag voor de Olympische Spelen, een flinke uitdaging voor de Gooise Atletiek Club: ‘En een met financiële gevolgen, want we kunnen misschien wel meer topatleten verwachten.’
Hetzelfde geldt voor de Eef Kamerbeek Games in Eindhoven een week later, want, zo weet wedstrijdorganisator Leon Classen: ‘We hebben wellicht geluk als vlak voor de Olympische Spelen atleten de spieren nog even willen losgooien. Er zijn in die periode veel buitenlandse atleten in de buurt en maar weinig wedstrijden.’

Eelco Sintnicolaas in Hilversum

GAC versterkte daarom haar zoektocht naar extra inkomsten, maar de Hilversummers bevinden zich samen met de Flynth Recordwedstrijden in de gunstigste situatie van de vijf NBC wedstrijden. Beide organisaties weten zich namelijk voor de komende drie jaar verzekerd van een hoofdsponsor. In Hoorn is dat Administratiekantoor Flynth – recent gefuseerd en nu ook nationaal aan de weg timmerend in de schaatssport en als voetbalsponsor bij NEC. Beide clubs hebben bovendien veel lokale steun van kleinere wedstrijdsponsors. ‘We zijn weliswaar nog niet helemaal rond’, aldus organisator Heins. ‘Maar hebben nog wel de nodige ijzers in het vuur.’

Buitenlanders
Wat uit de vijf verhalen desalniettemin glashelder blijkt, is dat in het Nationaal Baancircuit dit jaar nadrukkelijk op de kleintjes zal worden gelet. De gevolgen zullen vooral zichtbaar zijn in de buitenlandse deelname. ‘Dat is het eerste waar je selectiever in wordt’, aldus Van Blitterswijk in Lisse.
In Hoorn was dat altijd al beleid, meldt Heins: ‘we besteden extra geld op onderdelen waar we toppers hebben, zoals vorig jaar op de horden.’ En volgens Classen in Eindhoven is het financiële logica: ‘Buitenlandse deelname kun je sturen. Nederlandse toppers zijn natuurlijk allemaal welkom, maar hun startgelden zijn gegarandeerd en vormen daarmee in het budget een onzekerheid.’

Gouden Spike
Omdat de Eef Kamerbeek Games kunnen bogen op grote lokale steun (van de gemeente Eindhoven) wordt de pijn in het Nationaal Baancircuit momenteel het hardst gevoeld in Leiden. Dat is na het eerdere afhaken van de Keien Meeting geen verrassing, omdat hoge bomen nu eenmaal de meeste wind vangen (het Gouden Spike budget was in de topjaren twee keer zo hoog als dat van sommige collega-wedstrijden).
Ook Leiden en Uden zagen dit jaar een vermindering van de extra bijdrage voor de ‘Topmeetings” in het Baancircuit. Voor de Gouden Spike kwam daar vier maanden voor de wedstrijd een klap bovenop, omdat jarenlange hoofdsponsor ASICS zich plotseling terugtrok: in nieuw Europees marketingbeleid blijkt geen plaats voor baanatletiek. ‘Al met al verliezen we daarmee ineens een kwart van onze inkomsten’, rekent organisatie-voorzitter Norbert Groenewegen. ‘Al gaan de uitgaven ook wel iets omlaag, dan nog kunnen we het gat niet dichten door alle buitenlandse atleten te schrappen.’

Gregory Sedoc won in 2011 de Gouden Spike

Dat is natuurlijk niet het plan van de traditionele topwedstrijd. ‘Gelukkig staat de organisatie als een huis, met een grote, ervaren ploeg. Maar we zullen hard aan de slag moeten: bezuinigen en nieuwe sponsors vinden.’ 

Atletiekunie
Voor precies dezelfde taak ziet ook de Atletiekunie zich gesteld, zij het op een iets ander niveau. Niettemin heeft Media Officer Eric Roeske goede hoop: ‘Samen met sportmarketingbedrijf Triple Double wordt hard gewerkt aan sponsorplannen, die goede vorm beginnen te krijgen.’
Dat geeft Roeske ook vertrouwen voor zijn andere verantwoordelijkheid: die van  Baancircuitcoördinator: ‘Ik heb goede hoop op een nieuwe sponsor’, zegt hij zelfs. ‘Maar je moet tegenwoordig, zeker in het huidige financiële klimaat, natuurlijk wel met een ontzettend goed verhaal komen.’

Voor de Atletiekunie is het waarborgen van de baanatletiek een van die speerpunten. ‘Het wegvallen van wedstrijden is een zorgelijke ontwikkeling’, aldus Roeske. ‘Als er weinig wedstrijden zijn, gaat dat ten koste van de subtoppers, vaak jonge atleten. Absolute toppers als Bram Som vinden vaak hun wedstrijden nog wel, maar voor een atleet die naar het WK junioren wil, is het veel moeilijker. Daarom investeert de Atletiekunie ook in wedstrijden als het Baancircuit. Maar ik denk, ik hoop, ik verwacht dat deze neergang een tijdelijke zaak is.’

Dafne Schippers in Uden

Het is waarschijnlijk geen toeval dat dit optimisme op lokaal gebied gedeeld wordt. Dat geldt bijvoorbeeld zelfs in Uden, waar Stephan Kreykamp ondanks het – voorlopig – staken van zijn Keien Meeting de Atletiekunie looft: ‘Die hebben jarenlang de nek uitgestoken voor het Baancircuit.’ Het (eigen)belang daarvan kent ook Van Blitterswijk in Lisse: ‘Vergeet niet dat we toewerken naar een EK in Nederland. Dan kun je natuurlijk de baanatletiek niet op zijn beloop laten.’