Jerrel Feller mag niet aan tijden en aan medailles denken

22 juni 2012 - Door Cors van den Brink

foto: Erik van Leeuwen

Jerrel Feller weet sinds kort wat hem te doen staat. Als de 25-jarige sprinter zich in de startblokken vouwt, moet hij elke gedachte aan een tijd of een medaille uit zijn hoofd bannen. ‘In je taak blijven’, zo luidt de opdracht van z’n sportpsycholoog. ‘Hoe beter dat me lukt, hoe sneller ik loop.’

De verleidingen liggen bij elke wedstrijd op de loer. Afgelopen zondag nog, bij de NK in Amsterdam. ‘Kort voor de start van de finale van de 100 meter hoor ik dat Patrick van Luijk niet mee dan doen. Heel rot voor hem, natuurlijk. Maar ik ga dan toch denken: dat scheelt weer een plaatsje. Misschien win ik straks de titel op de 200 meter wel. Terwijl ik helemaal niet aan dat podium moet denken. Ik moet alleen maar denken aan wat ik op dat moment moet doen: heel goed starten, na zoveel meter omhoog komen en ontspannen blijven tot de finish.’

Verrassing
Waar dat toe kan leiden, liet Feller zondag vooral op de 200 meter zien. Voor het eerst dook hij onder de 21 seconden – en dat had hij na de 21,03 inde series wel een beetje verwacht. Maar dat hij ruim een kwart seconde van zijn p.r. af zou halen, was een daverende verrassing. Vol ongeloof staarde hij naar die tijd op het scorebord.

foto: Erik van Leeuwen

Een paar dagen later heeft hij de rust gevonden om wat te reflecteren over de progressie die hij heeft doorgemaakt.
Het grote talent van Feller kwam in het indoorseizoen van 2003 aan het licht, toen hij het als junior bij wedstrijden in Groningen op de 60 meter al kon opnemen tegen de senioren. Wie was dat talentje eigenlijk? Een atleet uit Heemskerk, neefje van sprinter Regilio van der Vloot, die hem als trainer onder de hoede had genomen. Veelbelovend, dat was wel het minste wat er over dat brokje elastiek vol energie te zeggen was.

“Veelbelovend”
Maar dat “veelbelovend” dreigde langzamerhand als een loden last om de schouders van Feller te gaan hangen. Zijn p.r. op de 100 meter staat al sinds hij in 2006 in Bergen op Zoom 10,52 liep. In Amsterdam kwam hij afgelopen weekend tot 10,62, vorig jaar was hij iets sneller. Maar van echte progressie is dus al lange tijd geen sprake.
Op de 200 meter loopt hij ook al zes jaar lang vrijwel dezelfde tijde: elk seizoen kwam hij wel ergens tussen de 21.08 en 21,15 uit. Vorig jaar was er met een p.r. van 21,04 bij de FBK Games sprake van lichte verbetering. Maar pas afgelopen weekend kwam de grote doorbraak.
‘Een aantal jaren achter elkaar was ik op belangrijke momenten geblesseerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de EK-onder-23 in 2007 en 2009’, zegt Feller. ‘Als je bijvoorbeeld naar mijn indoor-prestaties kijkt: het ene jaar was het goed, het volgende week slecht. In 2010 werd ik op de 60m Nederlands kampioen en rekende ik op de limiet voor de EK in Barcelona, maar toen liep het ook weer anders.’

foto: Erik van Leeuwen

Thunnissen
In 2009 besloot hij zich aan te sluiten bij de sprintploeg van Wigert Thunnissen. Aanvankelijk reisde hij vanuit Heemskerk een paar keer per week naar Papendal. ‘Na het zomerseizoen van 2011 besloot ik om in Arnhem te gaan wonen, zodat ik meer rust kon krijgen. Dat leek me een jaar vóór de Spelen noodzakelijk. En het heeft goed uitgepakt. Nu heb ik een goed indoorseizoen achter de rug, zonder blessures, en dan komt het er eindelijk uit. Al ben ik inderdaad nog steeds verbaasd over die tijd.’

Sportpsycholoog
Een algemene conclusie wil hij wel trekken. ‘Ik ben altijd teveel met tijden, met limieten en met klasseringen bezig geweest en daardoor ging ik te verkrampt lopen. Ik had daardoor teveel baalmomenten. Daarom heb ik de hulp ingeroepen van een sportpsycholoog. Ik heb gesprekken en oefeningen gedaan bij Rico Schuijers en een van zijn medewerksters. Daar heb ik geleerd om vóór de race de knop om te zetten. Je bent gewoon een heel andere atleet als je vrij bent in je hoofd.’
‘Sommige sporters moeten juist wel met die strijd tegen de concurrenten bezig zijn, anderen denken alleen aan de tijd die ze willen lopen. Maar als ik in de blokken stap, moet ik alleen maar met mijn taak bezig zijn: precies uitvoeren wat ik me voor die race heb voorgenomen. Meer nog dan de tijd ben ik tevreden over het feit dat ik dat in Amsterdam heb kunnen doen.’

foto: Erik van Leeuwen

Focussen
Volgende week treedt Feller aan in Helsinki. Wijselijk heeft hij nog niet op de ranglijsten gekeken en weet hij niet precies wie zich hebben ingeschreven. Ook bij de EK moet hij zich alleen focussen op zijn eigen race – en op de race met de estafetteploeg. Ook aan de Spelen van Londen wil en mag hij dan niet denken.
Het dagelijks leven speelt zich momenteel helemaal af rond de trainingen en het herstel. ‘Tot april heb ik parttime gewerkt in een fitnesscentrum in Arnhem’, zegt de CIOS-ser. ‘In die tijd heb ik wat geld apart kunnen leggen en daarmee kan ik het deze zomer nog uitzingen zonder te hoeven werken. Hoe het na het zomerseizoen zal gaan, hangt af van mijn prestaties en van een mogelijke A-status.’