
foto: Erik van Leeuwen
Samen met Christophe Lemaitre is Renaud Lavillenie het boegbeeld van de Franse atletiek en de voornaamste kandidaat voor Olympisch goud. De 25-jarige polshoogspringer heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een echt toernooidier met een goed gevulde prijzenkast. Hij behoort tot het selectie gezelschap dat zowel indoor als outdoor boven de 6 meter heeft gesprongen. In de buitenlucht kwam Lavillenie tot 6.01 en indoor sprong hij vorig jaar bij het EK in Parijs 6.03 meter.
Toch maakt hij in Londen pas zijn Olympisch debuut, in Peking was hij er nog niet bij. De daaropvolgende winter begon zijn internationale zegereeks met goud bij de EK indoor in Turijn. Sindsdien is hij op Europese kampioenschappen ongeslagen, want naast de indoortitels in 2009 en 2011 werd hij outdoor kampioen in Barcelona (2010) en recent in Helsinki. Het duel met Bjorn Otto om de titel in Helsinki was één van de
hoogtepunten van de EK en Lavillenie, die met 5.97 meter het duel besliste, werd uitgeroepen tot atleet van het kampioenschap.
Bubka
Met 1.77 meter is Lavillenie de kleinste in het deelnemersveld, maar hij weet volgens wereldrecordhouder Sergei Bubka als geen ander zijn snelheid over te zetten naar de stok. Die snelheid en sprongkracht testte hij in mei bij twee alternatieve wedstrijden in de clubcompetitie. Voor zijn vereniging Clermont Athlétisme Auvergne (uit Clermont-Ferrand) liep hij de 100 meter (in 11.04), de 110 meter horden en sprong hij 7.37 meter ver.

foto: Erik van Leeuwen
Gebroken
Toch begon 2012 voor Lavillenie bepaald niet optimaal, want bij een training in december brak hij zowel zijn stok als zijn hand. Des te knapper was het dat hij begin maart in Istanbul zijn eerste mondiale indoortitel pakte. Dat luidde een ongeslagen reeks in, die pas recent bij de Diamond League in Londen werd onderbroken. Een week later miste hij zelfs in het Poolse Sczcecin zijn aanvangshoogte van 5.62 meter. Maar dat was naar eigen zeggen allerminst verontrustend en niet tekenend voor zijn huidig vormpeil. Hij kwalificeerde zich hier in Londen voor de finale met een sprong over 5,65.
Europees
Afgezien van enkele Amerikanen en een Australiër is polsstokhoogspringen vooral een Europese aangelegenheid. Die ene Australiër is overigens wel de titelverdediger, want Steve Hooker sleepte na een enorme serie sprongen in Peking het goud in de wacht. Na drie pogingen op 5.80, 5.85 en 5.90 liet hij de lat leggen op 5.96, Olympisch recordhoogte. Ook die hoogte bedwong hij in zijn derde poging.
Een jaar later deed de geblesseerde Hooker het omgekeerde: met één poging kwalificeerde hij zich voor de finale, waarin hij met twee sprongen het goud won. Vorig jaar miste hij in Daegu zijn aanvangshoogte in de kwalificatie en daar werd de Pool Pawel Wojciechowski kampioen met
Hooker kwam dit jaar nog niet hoger dan 5,72. Het Duitse duo Bjorn Otto en Malte Mohr scherpte dit jaar hun persoonlijke records aan tot 5.92 en 5.91 en zijn daarmee op papier de voornaamste concurrenten van Lavillenie wiens winnende hoogte in Helsinki, 5,97, tevens zijn beste seizoensprestatie is.




