Koperen medaille voor Martina en Broersen

foto: Soenar Chamid

foto: Soenar Chamid

Op de laatste dag van de Spelen reikt Atletiek Week symbolisch een koperen medaille uit aan Churandy Martina en Nadine Broersen. Beiden slaagden erin op het juiste moment boven zichzelf uit te stijgen. Dat deden ook de estafetteteams.

Dennis Mitchell, Ronald Vetter en de trainers van de andere sprinters, maar ook de verantwoordelijke coaches voor het samenspel binnen de estafetteteams mogen in de eer delen. Zij zagen kans hun atleten op het juiste moment in vorm te krijgen. Het is uiteraard aan de mentale kracht van de atleten te danken dat ze hun piekprestatie daadwerkelijk konden leveren.

Echte medailles leverde dat niet op, maar die hangen bij de Spelen hoog in de boom. Het geeft wel te denken dat in een ploeg die op veertien onderdelen aantreedt, slechts weinigen in staat waren hun niveau te halen of te overstijgen. Voor de nuance is het echter zinnig naar de individuele prestaties te kijken.

Sprinters
Churandy Martina werd met een tijd van 9,94 zesde in de finale van de 100 meter en liep in de halve finale met 9,91 een persoonlijk én Nederlands record. Twee dagen later begon hij aan de 200 meter: 20,58 in de series, 20,17 en seriewinst in de halve finale, 20,00 en een vijfde plaats in de finale. Weer een dag later werkte hij binnen het estafetteteam mee aan een Nederlands record.
Het is duidelijk: hier stond een ervaren en fitte sprinter aan de start, die mede door de goede medische verzorging een druk programma aan kon. En die bovendien de mentale ruimte had om zich te laten zien als het inspirerende, vrolijke gezicht van de Nederlandse atletiek.

foto: Soenar Chamid

Gregory Sedoc: 13,52 in series (derde), waarna een blessure een prestatie in de halve finale in de weg stond. Een jaar noodgedwongen “alternatief” trainen, zonder de mogelijkheid om voldoende wedstrijden te lopen, heeft de belastbaarheid van Sedoc aangetast, zoals hij zelf constateerde. Zeker bij een altijd al blessure-gevoelige atleet is succes op een toernooi dan een kwestie van geluk hebben – en dat was hem niet gegund.

Estafettes
De beste reactie van alle Nederlandse atleten kwam van de vrouwen, die na hun Nederlands record van 42,45 in de series, hevig baalden van de 42,70 in de finale en nauwelijks oog hadden voor de mooie zesde plaats. Want, zoals Jamile Samuel zei: bij de Spelen is alles mogelijk en dan is alles behalve het podium een teleurstelling.
De mannen evenaarden de vrouwen: met een Nederlands record van 38,29 in de series en een iets mindere prestatie in de finale (38,39), die ook een zesde plaats opleverde. De conclusie is duidelijk: aan de verwachtingen voldaan en wat de mannen betreft een gerechtvaardigde uitzending.

foto: Soenar Chamid

800 meter
Anders dan Samuel leek Robert Lathouwers geen aanhanger van het onbegrensde denken. Na de tweede plaats in de series, met 1.46,06, gaf hij al aan dat hij aan zijn opdracht had voldaan. Dat bleek geen opmaat voor een “dood of de gladiolen”-race in de halve finale, waarin hij vijfde werd met 1.45,85 en zeer tevreden van de baan stapte.

Marathon
Hilda Kibet eindigde als 24-ste in 2.28.52 en bleef daarmee ver verwijderd van haar niveau in 2010 (2.26.33) en 2011 (2.24.27). Lornah Kiplagat stapte na 30km uit wegens knieklachten. Het blijft gissen naar de achtergrond van hun prestaties, want beide atletes waren zelf in de periode vóór de marathon onbereikbaar voor de pers en lieten de woordvoering over aan hun manager en coach.

foto: Soenar Chamid

Werpers
Net als Sedoc kampte Rutger Smith in het afgelopen jaar met teveel fysieke problemen om zich optimaal voor te bereiden. Hij kon minder trainen dan nodig is en deed weinig wedstrijden. Dat maakt zijn techniek minder constant, zo gaf hij aan. Op de beslissende momenten – de kwalificaties bij kogel (20,09) en discus (63,09), brak hem dat op. Ook hij zoekt het de komende tijd in het verbeteren van de belastbaarheid.
Erik Cadée presteerde matig, met afstanden van 63,55 in de kwalificatie en 62,78 in de finale (tiende plaats). Als, zoals hij zelf zei, de knieblessure die hij op het laatste moment opliep, niet van doorslaggevende invloed was, is het zaak dat hij erachter komt waarom hij opnieuw op het belangrijkste moment van het seizoen onder zijn niveau presteert.
Toen Monique Jansen in het voorjaar last kreeg van een schildklier en moest ervaren welke invloed de medicatie heeft op haar reactiviteit, was al duidelijk dat een goede prestatie in Londen onmogelijk was. Althans: geen afstand die vergelijkbaar is met de afstanden die ze in 2011 wel realiseerde. Met 57,50 nam ze afscheid van de internationale atletiek.

foto: Soenar Chamid

Meerkamp
En daar gaat de tweede koperen medaille, voor Nadine Broersen. Een winst van 21 punten op een totaal van 6319 is misschien niet zo indrukwekkend, maar de score van 6298 leek eind mei een dit jaar niet meer te overtreffen verbetering t.o.v. 2011 (5932). Met p.r.’s op de horden, de 200 en de 800 meter gaf ze hier glans aan haar 13-de plaats.
Dafne Schippers boekte een belangrijk p.r. bij het hoogspringen (met 6cm winst naar 1,80) en was sneller dan ooit op de 800m (2.15,52). Het verlies t.o.v. de score in Götzis (6324 in Londen en een twaalfde plaats tegen 6360 in Götzis) is niet al te groot. Maar zoals ze zelf zei: ze stak niet in supervorm en de pijnlijke knie werkte ook niet mee – en blijft een zorg voor de toekomst. De onzelfzuchtige beslissing om na de zevenkamp de 200m te laten schieten, pakte goed uit: Schippers leverde een belangrijke bijdrage aan het NR bij de estafette.

Stof tot nadenken is er ongetwijfeld voor de coaches en voor Eelco Sintnicolaas (met 8034 punten elfde) en Ingmar Vos (7805, 21-ste) zelf. Ze bleven respectievelijk bijna 500 en 300 punten achter bij hun beste scores tot nu toe, eind mei in Götzis. Anders dan Smith en Sedoc lijken er geen blessures ten grondslag te liggen aan het magere optreden van beiden. In tegendeel: beiden waren enthousiast over de laatste voorbereidingen. Toch bleven ze op vrijwel alle onderdelen onder hun normale niveau. Dat was een pijnlijke ervaring.