De inhaalrace van Michel Butter

foto: Erik van Leeuwen

Afrikanen groeien op in de meest ideale omstandigheden om hun looptalenten te ontwikkelen. Michel Butter moet een achterstand van zo’n vijf jaar inhalen, zo schat hij zelf. Zondag kan hij er in Amsterdam achter komen hoever hij inmiddels is gevorderd. De Noord-Hollander loopt dan zijn vierde marathon. Een tijd onder de 2.12 is z’n doel, lopen onder de 2.10 is een droom.

Welzeker is dat een mooie uitdaging: een marathon lopen binnen de twee uur en tien minuten. Daarmee zou Michel Butter zich scharen bij het illustere duo Kamiel Maase (2.08.21) en Gerard Nijboer (2.09.01). Maar of hij daar al toe in staat is? En of zondag alles klopt – de vorm, het weer, het werk van de hazen? Butter wil er zijn smalle koppie niet teveel over breken.
De voorbereidingen zijn uitstekend verlopen. Hij heeft – in vergelijking met april van dit jaar – anderhalve kilo minder aan lichaamsgewicht mee te sjouwen. Een zeker risico is daar wel aan verbonden, want een magerder lijf is vatbaarder voor verkoudheid. Hij was ook even wat grieperig. Maar nu, vier dagen voor het startschot, is hij er klaar voor. Butter straalt vertrouwen uit, maar zegt zelf dat de spanning wel toeneemt nu hij de startstreep nadert.

foto: Erik van Leeuwen

Tent
Drie weken geleden ritste Butter voor de laatste keer de tent open waarin hij een maand lang via de weg van de technologie omstandigheden op grote hoogte nabootste. Hij sliep er niet alleen, hij studeerde er ook en had er een mini tv’tje geïnstalleerd. Een pretje was het niet, die broeikas. Maar Butter zegt dat hij een forse achterstand heeft in te halen. Zijn Afrikaanse concurrenten leven van jongsaf aan in zo’n klimaat en hun lijf is er op ingesteld. Zij verzamelen de rode bloedlichaampjes alsof ze niet anders gewend zijn. Europeanen moeten daarvoor naar Kenia, Mexico of – zoals Butter dit keer deed – naar een oord als Sankt Moritz.
Maar Butter wil ook slimmer trainen dan de Afrikanen. Door zeven weken geleden in Nederland zijn tent op te slaan, kon hij een half etmaal rusten en slapen alsof hij “op hoogte” verbleef, maar trainen onder de omstandigheden waarin hij zijn wedstrijd loopt. Daarom ook beëindigde hij het “kamperen in eigen huis” drie weken vóór de marathon. Zodat zijn lichaam weer helemaal gewend is aan de omstandigheden op zeeniveau, maar het bloed nog wel van hoge kwaliteit is.

foto: Erik van Leeuwen

Carrière
Butter moet zijn marathoncarrière anders indelen dan de Afrikanen, van wie de meesten inzetten op een relatief korte carrière met wedstrijden op zeer hoog niveau – denk aan marathontijden onder de 2.06. Hij rekent op een achterstand van vijf jaar en een carrière-opbouw van tien tot vijftien jaar. Op z’n 17-de begon hij min of meer serieus te trainen, nu hij bijna tien jaar ouder is, durft hij voorzichtig mee te gaan doen met de grote mannen. Maar hij houdt er rekening mee dat het misschien nog wel tien jaar duurt voor zijn potentie op de 42km tot volle wasdom is gekomen.
Drie keer heeft hij tot nu toe ervaring kunnen opdoen. Een beetje spelevarend kwam hij in april 2011 bij zijn debuut in de Utrechtse “strijdmarathon” tot 2.17.36. Een half jaar later bevestigde hij zijn kwaliteiten in Amsterdam met een tijd van 2.12.59. Opeens lonkte de Olympische marathon van Londen en dat was reden om dit voorjaar alles op alles te zetten. Na trainingskampen in Kenia – in de relatieve luxe van het trainingscentrum van Lornah Kiplagat en de pure Afrikaanse soberte van Kaptagat – en Mexico trof hij het slecht in een oververhit Boston, waar hij niettemin stand hield en in 2.16.39 zevende werd.

Internationaal
Hij zag geen uitdaging in het NK in Eindhoven, vorige week, omdat hij vooral naar de internationale concurrentie kijkt, al voegt hij daar meteen aan toe dat hij stapsgewijs progressie zal boeken. Als het zondag naar wens verloopt, wil hij in augustus 2013 – na nog een voorjaarsmarathon – naar de WK in Moskou. Maar hij weet ook dat hij pas een jaar later potten zal kunnen breken, onder de Europeanen in Zürich. Twee jaar later volgt dan de herkansing voor Londen, in Rio de Janeiro. En waar hij op dat moment zal staan, weet nog niemand. Zelfs coach Guido Hartensveld niet, ook al noemt Butter zijn naam dikwijls als hij op een van de vele vragen tijdens de persconferentie niet helemaal precies het antwoord kan geven.