“Jip en Femke” duiken in het Olympisch team

7 oktober 2015 - Door Cors van den Brink

Ze zijn twee van de rookies die vanuit de atletiek het Olympisch team voor Rio induiken. Dinsdagmiddag beleefden Jip Vastenburg en Femke Pluim hun kennismaking met zo’n honderd andere topsporters die volgend jaar naar Brazilië gaan, met een kwast in de hand. Een inspirerende ervaring vonden ze het.

NOC*NSF organiseerde in Amsterdam een middagje teambuilding in de rijke traditie van het Nederlandse vormingswerk: lekker samen kliederen aan een kunstwerk. Waar het schilderij komt te hangen? Dat hebben de beide atletes niet gehoord. ‘Misschien in het Holland Heineken House?’, oppert Pluim.

overzicht“Roest”
Waar een soortgelijke bijeenkomst in de aanloop naar de vorige Spelen nog plaatsvond in het prestigieuze Nieuwe de la Mar-theater, was onder het huidige economisch gesternte bij de sportkoepel nu gekozen voor een locatie met de veelzeggende naam “Roest”. Maar het enthousiasme was er niet minder om. Op een langgerekt en voorbewerkt wit doek mochten de sporters met vrolijke kleuren de vakjes invullen.

Pluim wist door flink te springen ook de bovenste stukjes nog te raken met haar kwast. Het paste misschien bij haar discipline als polshoogspringer. ‘Maar volgens mij is Jip hier toch meer geschikt voor’, concludeerde ze. Vastenburg toonde zich een echte duursporter: terwijl steeds meer sporters afhaakten, rustte ze niet voor “haar” deel van het kunstwerk ingekleurd was.

Adrenaline
‘Heel leuk om hier te zijn’, vond Pluim. ‘Ik wil in de aanloop naar Rio toch zoveel mogelijk van dit soort momenten meepakken, om het echte gevoel te krijgen. Die adrenaline helpt mij altijd wel bij de prestaties. De stap naar de Olympische Spelen is misschien groot, maar tussen sporters die er allemaal net zo voorstaan, valt het mee.’

Pluim was na een lang seizoen, met onder meer de EK-onder-23 en de WK in Peking, ‘mentaal helemaal leeg’, zoals ze het beschrijft. ‘Ik ben twee weken geleden weer met de training begonnen en draai vanaf volgende week weer een volledig programma. Voorlopig doe ik dat in Nederland, maar ik hoop begin volgend jaar weer vier weken naar Zuid-Afrika te gaan.’

Ze heeft zich voorgenomen een normaal indoor-programma te draaien. ‘Springen zonder invloed van de weersomstandigheden vind ik altijd fijn en het helpt ook om te werken aan de techniek’.

vastenburgZevenheuvelen
Ook Vastenburg, die bij de WK al last had van een voetblessure, nam de tijd om te herstellen. Ze zegde af voor de Damloop (‘eigenlijk had ik wel kunnen weten dat die te vroeg kwam’). Maar vóór vertrek naar Amsterdam meldde ze gisteren op Twitter dat ze weer vier keer een kwartier had gelopen – in de Schoorlse duinen waar ze een korte trainingsstage heeft belegd. ‘De Zevenheuvelenloop haal ik zeker en misschien kan ik al eerder al een wegwedstrijdje lopen’, zo keek ze vol optimisme vooruit.

Ook voor haar is de aanloop naar Rio weinig anders dan die naar Peking. Ze loopt niet in de Warande (‘te kort na de Zevenheuvelen’), maar mogelijk wel in Roeselaere en ze wil naar de EK cross – op een mooi vlak parcours dat haar goed ligt. De januarimaand brengt ze weer in het Zuid-Afrikaanse Dullstroom door en in maart gaat ze naar Flagstaff. ‘Vermoedelijk loop ik in Amerika mijn eerste baanwedstrijd’, zegt ze. ‘Ik heb goede herinneringen aan de Payton Jordan in Stanford’.

De Amsterdamse kennismaking met de Olympische sfeer beviel goed. ‘Laat die vibe maar komen. Vanuit mezelf heb ik niet zoveel met dit soort ontmoetingen, maar het leven van een lange-afstand atlete is toch wat eenzaam en dan is het leuk om ook mensen uit andere sporten te leren kennen. Een beetje eerder dan ik verwachtte, ja. Ik dacht altijd aan de Spelen van 2020. Maar sinds 2013 ben ik toch stiekem gaan denken aan Rio.’